Spring naar content

Wonen eerst: historische trendbreuk in aanpak dakloosheid

02 juni 2022

De leidende principes in de aanpak van dakloosheid worden wonen eerst en preventie. Dat schrijven staatssecretaris van Ooijen, minister de Jonge en minister Schouten vandaag samen aan de Tweede Kamer. Huisvesting wordt de kern van de vernieuwde aanpak. Daarnaast gaat er een grotere samenhang komen tussen de aanpak van financiële problematiek (schulden en armoede) en dakloosheid.

Fundamentele trendbreuk

We nemen in de nieuwe aanpak een fundamentele trendbreuk waar. De aanpak van dakloosheid is in Nederland overwegend traditioneel vorm gegeven vanuit zorg en opvang. Het perspectief om huisvesting leidend te laten zijn heeft de afgelopen jaren wel meer ruimte gekregen, maar leidend principe in beleid (zoals Housing First in Finland) is het nog nooit geweest. De Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) bracht in 2020 het advies Herstel begint met een huis uit. Het advies van de RVS was om vanuit het recht op huisvesting een structureel andere aanpak van dakloosheid in te zetten. Daarbij moet een plek om te wonen aan de basis staan van elk passend hulpverleningstraject, oftewel: herstel begint bij een huis. Het huidige kabinet volgt in zijn uitgangspunten het advies van de RVS op.

Langlopende strategie tot 2030

Staatssecretaris van Ooijen en minister de Jonge kiezen voor een strategie die door opvolgende kabinetten zal worden uitgevoerd. In het programma Een thuis voor iedereen heeft minister de Jonge aangekondigd dat er 250.000 sociale huurwoningen bij komen. Daarnaast moet elke gemeente een Huisvestingsverordening maken met daarin een urgentieregeling voor mensen die een instelling verlaten (jeugdzorg, opvang, beschermd wonen, ggz, detentie). Gemeenten wordt gevraagd om te zorgen voor tenminste 30% sociale huurwoningen in hun gemeente zodat alle woningzoekenden met een laag inkomen een betaalbaar huis kunnen vinden. Op dit moment heeft twee derde van de 344 gemeenten minder dan 30% sociale huur. Om deze achterstand in te halen en tot een betere verdeling te komen is een meerjarige strategie gekozen, die we als onontbeerlijk beschouwen om dakloosheid uit te bannen.

Aanpak structurele oorzaken

Armoede en schulden zijn in veel gevallen de oorzaak van dakloosheid. Vandaar dat minister Schouten de aanpak van armoede ook richt op het voorkomen van dakloosheid. Inmiddels is al besloten om de Participatiewet op een aantal punten te wijzigen. Zo is in het coalitieakkoord afgesproken dat de bijverdiengrenzen in de Participatiewet worden verruimd en wordt de kostendelersnorm gewijzigd zodat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten. Deze wijziging zorgt ervoor dat ouders met een bijstandsuitkering geen inkomensonzekerheid ervaren wanneer inwonende kinderen 21 jaar worden en draagt zo bij aan het verminderen van dakloosheid onder jongeren. Eerder onderzoek heeft laten zien dat jongeren in bijstandsgezinnen en die 21 worden, vaker dakloos worden dan andere jongeren.

Extra structurele middelen voor gemeenten

De centrumgemeenten maatschappelijke opvang krijgen vanaf 2022 65 miljoen euro extra, bovenop de 385 miljoen euro die zij jaarlijks al ontvangen. In de meicirculaire 2022 is de verdeling van deze middelen bekend gemaakt. Alle grote steden kunnen met inzet van deze middelen de omslag gaan maken van opvang naar wonen. Veel gemeenten zijn daar de afgelopen jaren al mee aan de slag gegaan, maar hebben te maken met tekorten in het sociaal domein. De extra middelen kunnen benut worden om preventie van dakloosheid te versterken en de traditionele opvang om te bouwen naar moderne wooneenheden waar dakloze mensen kunnen herstellen en een nieuwe start maken.