Column Maarten Hijink: ‘Wie vangt de klap op?’
‘Een paar jaar geleden brak mijn zoon zijn been op een springkussen. Niet omdat hij iets geks deed, maar omdat een paar grotere jongens ergens anders steeds harder gingen springen. Zij bleven overeind. Hij werd gelanceerd.
Het doet denken aan de voorgenomen bezuinigingen op de langdurige ggz.
Minister Sterk wil de groei van de uitgaven in de Wlz beperken. Minder mensen moeten instromen, de kosten per cliënt moeten omlaag. Voor de rijksbegroting levert dat een besparing op.
Maar mensen met een ernstige psychische aandoening verdwijnen niet wanneer een begroting wordt aangepast. Hun behoefte aan zorg, begeleiding en een passende woonplek blijft bestaan. Als er minder ruimte is in de langdurige ggz, verplaatst de druk zich.
Wie geen plek krijgt in de langdurige ggz, komt niet zelden terecht bij de gemeente, in de maatschappelijke opvang, bij de crisisdienst of uiteindelijk op de achterbank van een politieauto. Ook nu al ontstaat daar druk, omdat er een groot tekort is aan passende woonzorgplaatsen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid.
Dat zal niet de bedoeling van het kabinet zijn. Maar het is wel een reëel risico van deze bezuiniging. Niet dat een systeem direct omvalt, maar dat de gevolgen terechtkomen bij degenen die ze het minst kunnen opvangen.
Het zou niet moeten gaan over de vraag hoeveel geld er kan worden bespaard. De vraag is wie wordt gelanceerd als de druk op lagere uitgaven verder wordt opgevoerd. De langdurige ggz is geen kostenpost die je kunt wegdrukken. Achter iedere plek die verdwijnt – of niet beschikbaar komt – staat een mens voor wie geen plek meer is. En wie te hard duwt op een springkussen, loopt het risico dat de breuk ergens anders ontstaat.’
Bekijk ook het factsheet dat we maakten over de impact van de bezuinigingen op de langdurige ggz.
