Een dun tentdoek tussen mens en buitenwereld
Door heel Nederland ontstaan tentplekken aan de randen van steden en dorpen: achter geluidswallen, in bosjes, naast bouwterreinen of pal in de stad. Hoeveel mensen er precies in tenten slapen, weet niemand. Wel verschijnen de kampjes steeds vaker in media, raadsstukken en handhavingsdossiers. Gemeenten willen overlast beperken, hulpverleners proberen contact te leggen, bewoners zoeken rust en veiligheid.

In de berm naast het asfalt begint een pad dat je vanaf de weg bijna niet ziet. Een olifantenpaadje door het natte gras, langs distels en takken die aan je fiets blijven haken. De zon is hier nog niet geweest. Je voeten worden nat van de dauw terwijl je verder de begroeiing inloopt. Eerst zie je een kapotte tuinstoel, dan een paar sporen van vuur, een fles, een flacon zeep. Nog een paar takken verder staat een tentje, met ernaast een verdord moestuintje. Erachter raast de snelweg.
Door heel Nederland bestaan zulke plekken aan de rafelranden van de bewoonde wereld: in bosjes, langs fietspaden, achter geluidswallen, bij bouwterreinen. Plekken waar dakloze mensen een tentje opzetten, voor de nacht of voor langere tijd. Soms keurig onderhouden, soms een zootje. Je ziet ze pas als iemand je wijst waar je moet kijken.

Sommige kampjes staan meer in het zicht. Vanaf mei tot november 2025 woonde Dave met ongeveer tien anderen in tenten op een braakliggend terrein aan de rand van Utrecht. ‘We barbecueden, stookten vuurtjes, maakten grappen. Het was een woongroep’, zegt Dave. Er was geen stroom, en de dichtstbijzijnde kraan was 400 meter lopen – maar het was thuis. Het kampje gaf hem en de anderen rust en veiligheid, tot het terrein werd ontruimd door de gemeente. Alle zorgvuldig verzamelde spullen moesten in de vuilcontainer en de bewoners weer de straat op.
‘Niet-conventionele woonruimte’
Investico onderzocht begin dit jaar in een artikel onder meer de ontruimingen van kampjes. Uit hun inventarisatie bleek dat verspreid over het land nog minstens negen andere tentenkampen waren ontruimd in het vorige jaar, onder meer in Alkmaar, Nijmegen, Leiden en Maastricht.
Een zoektocht naar mediaberichtgeving sindsdien levert enkele nieuwe kampen op. De Gelderlander bracht in mei een bezoek aan een kampje langs de A28, en bracht er verslag van uit. De gemeente Barendrecht ontruimde in juli een kamp van enkele arbeidsmigranten, berichtte het Barendrechts Dagblad. In de bossen bij Ritthem, naast Vlissingen, is ook een flink kamp ontstaan. RTL Nieuws berichtte maandag, gebaseerd op raadsstukken, rechtbankuitspraken en mediaberichtgeving dat het aantal (meldingen van) tentenkampen ‘explosief’ groeit.
Hoeveel dakloze mensen er door heel Nederland in tenten slapen, is niet bekend. In het ‘hogere segment’ wonen tienduizenden mensen op vakantieparken. Vorig jaar telde het CBS bijna 60 duizend inschrijvingen als woonadres op vakantieparken, het merendeel volgens dat Investico-artikel noodgedwongen.

Ook bij de ETHOS-tellingen wordt niet expliciet gevraagd naar tenten. Verblijf in een tent valt, afhankelijk van waar die is op gezet, onder ETHOS-categorie 1 (openbare ruimte) of 5 (niet-conventionele woonruimte). Bij ETHOS 5 wordt wel doorgevraagd om wat voor soort niet-conventionele woonruimte het gaat, daar kunnen organisaties aangeven dat het om een tent gaat.
Uitdelen tentjes brengt mensen in beeld
Straatkrant St Maarten deelt sinds een paar maanden tentjes uit in Utrecht. Hoofdredacteur Frank Dries: ‘Door het uitdelen krijgen we mensen in beeld die we anders niet zien. We horen nieuwe verhalen, soms gaan ze krant verkopen.’
In juni 2025 haalde de straatkrant het landelijke nieuws: beboete buitenslapers konden zich melden bij de redactie die de bekeuring van 170 euro voor haar rekening nam. ‘Konden’, want na de nodige lobby zijn de boetes in februari 2026 afgeschaft in Utrecht. Positief verrast door hun bereik deelt de straatkrant nu tenten uit. Wie erom komen is divers, maar over het algemeen zijn het mannen en ook vrouwen van ouder dan veertig, in acute nood en om twee redenen. ‘Eén: ze hebben geen trek in opvang vanwege rumoer en gebrek aan privacy. Twee: ze willen rust, zelfbeschikking, zelfstandigheid, hun eigen sociale groep.’
Het zijn er meer dan je denkt, ‘en ook meer dan wíj zien’. Honderd in Utrecht is geen gekke schatting, denkt Dries. ‘Sommigen breken hun tent elke dag af, anderen gaan hun gang en maken rotzooi.’ Kampjes zijn een uitzondering, zegt hij. Die worden opgemerkt en sneller gehandhaafd omdat de overlast vanwege de omvang groter is.
‘Zona relaxa’ naast het gemeentehuis
Daarnaast heb je mensen die op een boerenerf bivakkeren, een bouwsite kraken of slapen in provisorische tentjes van bijvoorbeeld bouwmaterialen. Dat laatste zie je ook midden in de stad, bijvoorbeeld pal naast het gemeentehuis in Utrecht waar Aleks slaapt. Hij komt uit Wit-Rusland en werkte in fabrieken in België en Nederland via uitzendbureaus. Nu heeft hij af en toe wat werk maar al twee jaar geen huisvesting. Hij heeft zware tijden gehad op straat, maar nu in de zomer? Aleks haalt zijn schouders op: ‘I created zona relaxa. Paradise. And I have many friends bij gemeentehuis.’

Nieuwsuur berichtte eind augustus nog over slaapplekken van dakloze mensen in de stad, soms meteen naast de voordeur van een woning. Dit zorgt voor overlast, en tenten (al dan niet provisorisch of in kampjes) worden in de media en raadsvergaderingen vooral als een probleem genoemd waarvoor een oplossing moet komen – maar tenten maken vooral een ánder probleem zichtbaar. Dakloosheid, en daar weer achter: woningnood, wachtlijsten in de ggz, en slecht gereguleerde (arbeids)migratie.
Deze oorzaken gaan gepaard met politieke keuzes. Argos publiceerde in juni een onderzoek naar huisvesting van arbeidsmigranten zoals Aleks. Gemeenten staan toe dat bedrijven op grote schaal arbeidsmigranten werven, maar denken daarbij zelden aan woonruimte voor deze medewerkers. Veel van hen komen dus op straat.
Op 9 juli publiceerde Pointer een onderzoek naar de uitvoering van het Nationaal Actieplan Dakloosheid. De uitkomst is behoorlijk hard: van de 40 centrumgemeenten die reageerden, voeren slechts 7 gemeenten Wonen Eerst daadwerkelijk toe; 33 doen dat niet. Gemeenten noemen het plan onder andere niet uitvoerbaar of niet haalbaar.

Nachtrust in een tent
In Amsterdam werkt Steffie Jansen als straatarts. Veldwerkers brengen mensen bij haar spreekuur, waar de vraag waar iemand verblijft vanzelf aan bod komt, omdat gezondheid en opvang zo sterk met elkaar samenhangen. ‘We willen niet alleen suikerziekte behandelen,’ zegt Jansen, ‘maar ook vragen: waar verblijf je, is er iets waar je recht op hebt?’ Als iemand echt een tentje nodig heeft, verwijst ze door naar het veldwerk. Soms kiezen mensen daarvoor, vooral vanwege de privacy. Als je het goed regelt, zegt ze – goed verscholen staan en goed kiezen met wie je samen staat – kan het ook veiliger zijn. Mensen kunnen elkaar in de gaten houden, er is minder diefstal en ze geven elkaar tips. ‘Bijvoorbeeld: vóór acht uur ’s ochtends je tent opruimen, de plek netjes achterlaten, dan wordt het best wel gedoogd.’ Op sommige plekken, rond Schiphol meent ze, helpt de buurt zelfs mee door bijvoorbeeld eten klaar te zetten.
De mensen die voor een tentje kiezen zijn vaak mannen of koppels, ziet Jansen. ‘Een man en vrouw mogen doorgaans niet samen op één kamer in de opvang, waardoor een koppel soms liever buiten slaapt in een tent.’ Ze ziet meer Oost-Europeanen dan ongedocumenteerden, en hoort weinig over echt jonge mensen; de meesten zijn 35 of 40 jaar en ouder.
Tentjes vallen misschien op door de grootte en kleur, maar worden vaak erg verborgen opgezet. De ‘bewoners’ zijn dus niet beter vindbaar en bereikbaar voor hulpverleners dan op straat of in de opvang (behalve natuurlijk de kampjes die langdurig bestaan en bekendheid krijgen). Zeker in de kou zijn buitenslapers zónder tent juist beter vindbaar, zegt Jansen, omdat ze dan vaker onder bruggen, bij viaducten of op andere beschutte plekken slapen die veldwerkers kennen.

Volgens Jansen zijn mensen in tentjes wél vaak beter georganiseerd dan mensen die echt zonder beschutting buiten slapen. ‘Ze hebben doorgaans redelijke nachtrust en kunnen daardoor overdag beter nadenken over hun leven en over praktische vragen, zoals waar ze eten vandaan halen. Als iemand met een longontsteking in een tent slaapt, zijn we nog helemaal niet blij,’ zegt ze, ‘maar we zijn wel íets geruster.’ Mentaal en fysiek is iemand vaak iets beter beschermd, al hangt dat sterk af van de plek en van de mensen in de omgeving, zegt Jansen. ‘Tentjes worden ook wel in brand gestoken; er is zelfs iemand om het leven gekomen door messteken door het tentdoek heen. Een tent is dus niet per definitie beter dan slapen in het openbaar. Op een drukke straat, waar ook ’s nachts nog verkeer is, kan zichtbaarheid soms juist bescherming bieden.’
De positie van een tent
Uit verschillende cases, waaronder de rechtszaak rond het kamp van Dave, lijkt een tent juridisch of bestuurlijk bescherming te bieden aan de bewoner – daarover later meer in een vervolgartikel. In Amsterdam zijn dit voorjaar nieuwe afspraken gemaakt over de handelwijze bij tenten, schrijft AT5. De gemeente kijkt eerst of degene die in de tent woont zorg nodig heeft. In een aantal gevallen komen dakloze mensen dus eerst in een zorgtraject voordat hun tent wordt ontruimd. Steffie Jansen denkt desgevraagd dat mensen in tentjes soms een sterkere positie hebben. Dat komt volgens haar ook doordat zij beter passen in het straatbeeld. ‘Het oogt georganiseerder, meer “civilised”. Daardoor kan het misschien helpen bij agendering: voor veel mensen is een tentje beter te verteren dan iemand die zichtbaar onbeschermd op straat slaapt. Mensen kunnen zich er makkelijker toe verhouden.’

Ron Staallekker is cliëntondersteuner bij het Straat Consulaat in Den Haag, waar buitenslapen nog steeds beboet wordt. Sinds de uitkomsten van de ETHOS-tellingen in 2025 richt de belangenorganisatie zich meer op het bereiken van de 70% dakloze mensen die onzichtbaar is voor hulpverleners, omdat ze niet op straat noch in de opvang zijn maar ergens onderdak vinden op een bank, in een kraakpand vakantiehuis.
Straat Consulaat deelt zelf geen tentjes (meer) uit, dat doet Stichting Veldwerk Haaglanden. Vooral in het Haagse en Schevenings Bos staan heel veel tentjes verscholen. In een tent zijn mensen enigszins beschermd tegen de omstandigheden buiten, ziet Staallekker, maar verder is hij niet positief. ‘Het is de afgelopen tijd enorm toegenomen. Het beleid van de gemeente is strenger handhaven van de buitenslaapregel, het is erg aangescherpt. Ondertussen worden dakloze mensen ook door de gemeente doorverwezen om een tentje aan te vragen bij Veldwerk. Het is dus nogal dubbel allemaal. De algehele omstandigheid voor mensen buiten is er zeker niet beter op geworden.’ Dat het slapen in of verstrekken van tentjes dakloosheid beter agendeert, dat gelooft hij niet.
Koud weer op komst
Toch zijn tentjes afgelopen maand meermaals onderwerp van gesprek in politiek en media; ze maken dakloosheid zichtbaar. Maar wie naar de tent blijft kijken, mist waar het werkelijk over gaat: een persoon zonder thuis. Iemand die net als ieder ander met zijn spullen, gewoontes en problemen zo goed mogelijk een plekje probeert te vinden met wat voor handen is.
Het is nu nog zomer. De laatste vakantiegangers keren terug, het is nog lekker buiten en de temperaturen zijn ook ’s nachts niet onaangenaam. Maar straks vallen de bladeren, stijgt het regenpeil en daalt het kwik. Straks tuigen gemeenten hun uiteenlopende koudweervoorzieningen weer op. Dan wordt nog duidelijker hoe dun het tentdoek is tussen iemand en de buitenwereld.
