Dirk van Haren: ‘Zorg dat innovatie een vast onderdeel is van zowel de cultuur als de structuur van de organisatie, maak er bewust ruimte voor’
Dirk van Haren is ontwikkelaar Beleid, Kwaliteit & Innovatie bij RIBW Brabant en kwartiermaker van het project Digitale Zorg in de maatschappelijke ggz bij Valente. In dit interview vertelt hij over zijn achtergrond, zijn rol als kwartiermaker en zijn visie op digitale zorg als middel voor structurele verandering in de sector.
Kun je iets vertellen over je achtergrond en wat je meeneemt in je rol als kwartiermaker?
‘Mijn achtergrond ligt oorspronkelijk in de techniek; ik ben begonnen met een studie werktuigbouwkunde. Al snel merkte ik dat ik liever dichter bij mensen wilde werken, waardoor ik de overstap naar de zorg heb gemaakt. Ik heb twee jaar in de jeugdzorg gewerkt, maar daarna voornamelijk in de psychiatrie.
In die periode zag ik hoe systemen kunnen ondersteunen, maar ook in de weg kunnen zitten. Dat wakkerde mijn interesse aan in verbetering en innovatie. Voor mij betekent innovatie: de zoektocht naar betekenisvolle verandering. Dat is eigenlijk wat ik door de jaren heen meer ben gaan doen.

Na een opleiding zorgtechnologie ben ik aan de slag gegaan als roladviseur zorgtechnologie, al werk ik in de praktijk vooral als ontwikkelaar. Mijn focus ligt daarbij op wij binnen onze organisatie hersteltechnologie noemen. Daarbij viel me op dat veel organisaties met dezelfde vraagstukken bezig zijn, vaak los van elkaar. Waar ik zelf niet zo goed tegen kan, is het verspillen van zorggeld. Al diezelfde pilots, onderzoeken en probeersels die allemaal tot hetzelfde of tot niets leiden. Of soms tot hele goede resultaten. Daarom ben ik samenwerkingen gestart binnen het Valente-netwerk met organisaties zoals RIBW Nijmegen & Rivierenland en Kwintes. Dat vormde uiteindelijk de basis voor waar we nu staan – en was ook mijn drive om kwartiermaker te worden.’
Wat betekent het om kwartiermaker te zijn in dit project?
‘Het betekent vooral dat er nu ruimte is om echt stappen te zetten. Ideeën en plannen waar je jarenlang aan hebt gewerkt, krijgen nu de kans om van de grond te komen. De slagkracht is groter, en dat maakt dat je daadwerkelijk kunt realiseren wat eerder lastig was.’
Hoe verschilt jouw rol van die van Mindy Asamoah (ook kwartiermaker in dit project)?
‘We zijn allebei gericht op netwerken en het verbinden van mensen. Dat doen we vanuit verschillende delen van het land, waardoor we ieder een eigen netwerk hebben dat elkaar versterkt. Samen zorgen we ervoor dat mensen betrokken blijven en enthousiast raken.’
Waar staat het project Digitale Zorg op dit moment?
‘We zitten nu in een verkennende fase. We onderzoeken waar de meeste waarde ligt voor het netwerk en voor de organisaties die aansluiten. In plaats van vooraf te bedenken wat goed zou zijn, willen we vooral ophalen waar behoefte aan is. We bouwen ondertussen aan verschillende scenario’s, zodat we straks een duidelijke richting kunnen kiezen en concreet aan de slag kunnen.’
Kun je iets vertellen over die scenario’s?
‘Die zijn nog vooral intern. We zijn nog volop bezig met het ophalen van input, bijvoorbeeld via een recente vragenlijst. Daarnaast organiseren we bijeenkomsten om resultaten te delen en te toetsen.
Tegelijkertijd volgen we actuele ontwikkelingen, zoals AI met medicijndispensers en AI met spraakgestuurd rapporteren. Dat zijn onderwerpen waar veel vragen over zijn en waar we straks mogelijk iets in kunnen betekenen.’
Waar werk je de komende periode aan?
‘We gaan onderzoeken of de rol van ambassadeurs de schakel kan vormen tussen het netwerk Digitale Zorg en de praktijk binnen organisaties. Zij kunnen kennis, ervaringen en ontwikkelingen uit het netwerk vertalen naar hun eigen organisatie.
Tegelijkertijd halen ze daar signalen op en brengen die terug naar het netwerk: waar liggen knelpunten, welke kansen doen zich voor en welke oplossingen werken al in de praktijk.’
Met welke partijen werk je in deze fase samen?
‘We werken onder andere samen met De Haagse Hogeschool, met name op het gebied van onderzoek en evaluatie.
Daarnaast zijn we in gesprek met het webplatform Digizo.nu. Dit is de plek die door zorginkopers van de overheid wordt gebruikt als vindplaats voor digitale oplossingen in de zorg. Zorgaanbieders worden steeds vaker verplicht om hiervan gebruik te maken, maar onze eigen sector is hier momenteel nog onvoldoende in zichtbaar en de producten zijn dus niet altijd passend. Wat we willen proberen is om die vertaalslag te maken, zodat voor onze achterban, de Valente-leden, duidelijk wordt welke oplossingen ook passen binnen de maatschappelijke ggz. Daar lopen nu concrete acties op.’
Waar loop je in de praktijk het meest tegenaan bij het realiseren van digitale zorg?
‘Dat zijn verschillende dingen: financiering, wet- en regelgeving, adoptie, bureaucratie en bij sommige organisaties die ik spreek ook gebrek aan draagvlak vanuit de directie in het algemeen. Maar als ik het moet samenvatten: het ontbreekt vaak aan een duidelijke visie op innovatie en digitale zorg, vooral op bestuurlijk niveau.’
Hoe doorbreek je dat gebrek aan visie?
‘Door er bewust ruimte voor te maken en het goed in te bedden in de organisatie. Innovatie moet onderdeel zijn van de structuur en de cultuur.
Tegelijkertijd speelt geld een grote rol. In de mggz is er beperkt budget, wat het voor leveranciers minder aantrekkelijk maakt om oplossingen te ontwikkelen. Dat remt de innovatie.’
De ouderenzorg lijkt verder te zijn met digitale toepassingen. Hoe komt dat?
‘In de ouderenzorg zijn toepassingen vaak makkelijker te bedenken, omdat je daar veel met een bepaald soort afhankelijkheid, een fysieke afhankelijkheid, te maken hebt. Daar kun je concreet op inspelen met technologie. In de (m)ggz ligt dat complexer wanneer je het over psychiatrie hebt. Toch zijn er zeker overeenkomsten, en kunnen oplossingen soms ook vertaald worden naar onze sector.’
Wat blijkt in de praktijk lastiger dan gedacht?
‘Privacy is een grote uitdaging. Natuurlijk is het heel belangrijk dat dit goed gebeurt, maar het remt ook innovatie. Voordat je in een pilot iets kunt testen of experimenteren, moet je aan veel eisen voldoen. Dat maakt het lastig om snel te leren wat wel en niet werkt. Een voorbeeld is het gebruik van toepassingen van Google: technisch heel doordacht, maar lastig in te passen binnen de privacy-eisen van de zorg.’
Wat hoop je dat dit project oplevert voor leden van Valente?
‘Dat elke organisatie, ongeacht waar ze staan, iets vindt om mee verder te kunnen. Dat er altijd aanknopingspunten zijn.
Daarnaast hoop ik dat het netwerk duurzaam gefaciliteerd wordt: dat het zelfstandig functioneert en niet afhankelijk is van losse initiatieven of bijeenkomsten van Valente. Het moet iets zijn dat blijft bestaan en zichzelf voedt.’
En voor cliënten?
‘Dat digitale zorg bijdraagt aan hun ontwikkeling. Dat het hen helpt om de best mogelijke versie van zichzelf te worden.’
Wanneer is dit project voor jou persoonlijk een succes?
‘Als het netwerk over twee jaar zo stevig staat dat het zelfstandig doorgaat. En dat ik het vanuit mijn rol als innovator en ontwikkelaar bij RIBW Brabant weer kan oppakken, zonder dat er nog aparte investering in het netwerk nodig is. Dan is het echt onderdeel geworden van het werk.’
Meer informatie
Dirk van Haren is kwartiermaker bij het project ‘Digitale zorg in de maatschappelijke ggz’. Lees hier meer over dit project.
We interviewden ook zijn collega kwartiermaker van dit project. Lees hier het interview met Mindy Asamoah
