Spring naar content

Geen rookruimtes in opvang en beschermd wonen

28 april 2021

Per 1 juli 2021 treedt het Koninklijk Besluit in werking, dat tot doel heeft om rookruimtes af te schaffen. Nederland was een van de weinige landen die een rookverbod met uitzonderingen in de vorm van rookruimtes had ingevoerd. Het doel van het besluit is om roken verder terug te dringen. De uitzondering voor rookruimtes in opvang en beschermd wonen komt te vervallen.

Rook- en tabakvrije omgeving

Het afschaffen van de rookruimtes is een van de maatregelen uit het Preventieakkoord die bijdraagt aan het creëren van een rook- en tabak vrije omgeving. Roken is niet gewoon en dient niet gefaciliteerd te worden. Daarom wordt de uitzondering op het rookverbod voor rookruimtes opgeheven, heeft het kabinet besloten. Naast het feit dat rookruimtes het roken faciliteren, hebben rookruimtes een schadelijk effect. Ze zijn schadelijk voor de mensen die de ruimten moeten schoonmaken, maar ook voor omstanders omdat bij het openen van de deur rookruimtes rook kunnen lekken naar overige ruimten. In rookruimtes mogen geen werkzaamheden plaatsvinden terwijl er gebruik van wordt gemaakt, maar de ruimten mogen na sluitingstijd wel worden schoongemaakt. Op dat moment zal er geen rook meer aanwezig zijn, maar wel derdehands rook. Derdehands rook zijn de stoffen die tijdens het roken neerdalen in de omgeving en achterblijven nadat een roker klaar is met roken. Deze stoffen kunnen op een later moment weer in de lucht terecht komen, waarna men deze weer inademt. Iemand kan de stoffen ook via de huid binnenkrijgen door met derdehands rook vervuilde objecten aan te raken. In derdehands rook zitten voor het grootste deel dezelfde schadelijke stoffen als in de tabaksrook zelf. 

Consequenties

Met ingang van 1 juli 2021 moeten alle rookruimtes gesloten worden. Er geldt dan geen uitzonderingssituatie meer voor de organisaties voor (vrouwen)opvang en beschermd wonen om ‘wachtruimten, kantines, recreatie- of soortgelijke ruimten’ uit te zonderen van het rookverbod. Voor de sector zorg en welzijn geldt geen overgangs- of afbouwregeling. Het is niet verplicht om een rookverbod in te stellen in privéruimten van cliënten (eigen kamers) en in de open lucht. Voor gebruikersruimten (voor verslaafde mensen) geldt dat staatssecretaris Blokhuis de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (die toezicht houdt op handhaving van het rookverbod) heeft verzocht om daar niet handhavend op te treden.

Veelgestelde vragen

Veel organisaties hebben vragen gesteld over specifieke situaties in bijvoorbeeld locaties voor beschermd wonen, vrouwenopvang of nachtopvang voor dakloze mensen. Mag iemand roken op de eigen kamer, welke eisen gelden voor een rookruimte buiten, hoe hoog is de boete voor de zorginstelling bij overtreding, hoe ziet het toezicht eruit, zijn voorbeelden van vragen die zijn binnen gekomen. De NVWA heeft op de website een FAQ opgenomen over veel gestelde vragen. Het is vooral belangrijk dat organisaties in gesprek gaan met medewerkers en cliënten over het rookbeleid en over oplossingen voor dilemma’s. Vaker benoemde dilemma’s zijn bijvoorbeeld het niet hebben van buitenruimte waar gerookt kan worden, de mogelijke overlast als cliënten op straat gaan roken, de onrust als mensen ’s nachts naar buiten willen en de ingewikkeldheid om de regels te handhaven bij bijvoorbeeld cliënten met een ernstige verslaving. We zoeken daarom ook naar praktische voorbeelden van oplossingen die bedacht zijn en mogelijk ook al tot uitvoering zijn gebracht.

Hebt u oplossingen die u wilt delen of hebt u vragen over dit onderwerp, dan kunt u terecht bij Rina Beers.