Spring naar content

Lobbybezoek Brussel: Europese kansen voor de aanpak van dakloosheid

05 november 2026

Met dank aan Erasmus+, het European Solidarity Corps en de organisatie van het Expertisecentrum van HVO Querido, vond van 13 tot en met 15 oktober 2026 een lobbybezoek aan Brussel plaats.

Centraal stond de vraag hoe Europese samenwerking, beleid en financiering beter kunnen worden benut om dak- en thuisloosheid in Nederland terug te dringen. Ook is besproken wat nodig is om de Nederlandse overheid actiever te betrekken bij Europese initiatieven en Europese middelen daadwerkelijk te benutten voor structurele oplossingen.

Tijdens het bezoek zijn gesprekken gevoerd met onder andere FEANTSA, DG EMPL, Katarina Ivankovic, Freek Spinnewijn, Marit Maij, Yuho Rouhiainen, Johan van Rijn, Jeroen Jutte, PICUM, Aedes en de Housing Taskforce.

De deelnemers vormden een afvaardiging van de Tussenvoorziening, het Expertisecentrum van HVO-Querido, het Leger des Heils, FEANTSA en Valente.

Europese kansen beter benutten

De Europese Unie biedt kansen om dakloosheid terug te dringen. Daarvoor zijn politieke prioriteit, voldoende financiële middelen, goede data en concrete afspraken nodig. Europese kaders en aanbevelingen zijn er deels al, maar worden nog onvoldoende benut om nationaal beleid te beïnvloeden.

Tijdens het bezoek zijn gesprekken gevoerd met onder andere FEANTSA, DG EMPL, Katarina Ivankovic, Freek Spinnewijn, Marit Maij, Yuho Rouhiainen, Johan van Rijn, Jeroen Jutte, PICUM, Aedes en de Housing Taskforce.

De deelnemers vormden een afvaardiging van de Tussenvoorziening, het Expertisecentrum van HVO-Querido, het Leger des Heils, FEANTSA en Valente.

Europese aanpak van dakloosheid

De Europese Commissie werkt aan kaders en aanbevelingen om lidstaten aan te zetten tot een betere aanpak van dakloosheid, woonuitsluiting en ontoereikende huisvesting.

Een aanbeveling van de Raad van de Europese Unie kan daarbij een belangrijk instrument zijn om lidstaten richting te geven, onder andere op het gebied van sociale huisvesting, preventie en inclusie.

Ook binnen Europese beleidsrapportages en landenspecifieke aanbevelingen kan meer aandacht komen voor dakloosheid. Europese samenwerking blijft mogelijk, ook wanneer sociaal beleid grotendeels een nationale bevoegdheid is.

Daarbij is het belangrijk om niet alleen data te verzamelen, maar ook duidelijk te maken welke maatregelen daadwerkelijk resultaat opleveren.

Europese financiering: kansen én knelpunten

Een groot deel van de gesprekken ging over de vraag hoe Europese middelen beter kunnen worden ingezet voor de aanpak van dakloosheid.

Belangrijke mogelijkheden zijn:

ESF / ESF+
Europese middelen die kunnen worden ingezet voor sociale inclusie en participatie.

NRPP
National and Regional Partnership Plans. Toekomstige nationale en regionale plannen voor de verdeling van Europese middelen. Er wordt gepleit voor expliciete aandacht voor dakloosheid en sociale inclusie.

Council of Europe Development Bank (CEB)
De CEB kan leningen verstrekken voor Nederlandse programma’s en investeringen in huisvesting. Ook is technische ondersteuning tot € 100.000 mogelijk, bijvoorbeeld voor strategieontwikkeling en implementatie.

Andere Europese programma’s
Ook programma’s als Erasmus+ en Horizon kunnen relevant zijn.

Data en het Europees Semester

Het Europees Semester brengt jaarlijks de economische, fiscale en sociale ontwikkelingen in de lidstaten in kaart. Op basis daarvan verschijnen landenrapporten en landenspecifieke aanbevelingen, de zogeheten Country Specific Recommendations (CSR’s). Deze instrumenten kunnen helpen om dakloosheid hoger op de politieke agenda te krijgen.

Uit de gesprekken kwamen verschillende aandachtspunten naar voren:

  • Nederland besteedt vooralsnog onvoldoende aandacht aan de mogelijkheden van het Europees Semester.
  • Dakloosheid zou expliciet moeten worden opgenomen in landenrapportages.
  • Data moeten vergelijkbaar en methodologisch goed onderbouwd zijn.
  • Cijfers moeten niet op zichzelf staan, maar duidelijk maken wat het probleem is, welke maatschappelijke en financiële gevolgen het heeft en welke oplossingen nodig zijn.
  • Het opnemen van een probleem in een rapport leidt niet automatisch tot een aanbeveling. Daarvoor is ook politieke steun nodig.
  • Het is nog onzeker hoe Europese middelen vanaf 2028 precies worden verdeeld en ingezet.
  • Nationale overheden, waaronder het Nederlandse ministerie van Financiën, bepalen in belangrijke mate de ruimte voor de besteding.
  • Hoge administratieve lasten, cofinanciering en de noodzaak tot voorfinanciering vormen drempels voor projecten.
  • Sociale inclusie krijgt niet vanzelf voldoende prioriteit binnen nationale plannen.
  • Beschikbare middelen worden nog niet altijd effectief gekoppeld aan Europese aanbevelingen en gesignaleerde problemen.

Politieke beïnvloeding en samenwerking

Naast beleid, financiering en data speelt politieke beïnvloeding een belangrijke rol. Uit de gesprekken kwamen onder andere de volgende mogelijkheden naar voren:

  • dakloosheid zichtbaarder maken in het politieke debat;
  • Europese Parlementsleden en relevante ministeries benaderen;
  • ambtenaren en experts van ministeries rechtstreeks betrekken bij Europese overleggen;
  • samenwerken met andere lidstaten, steden en maatschappelijke organisaties;
  • werkbezoeken, lokale media en praktijkvoorbeelden benutten om de urgentie van dakloosheid zichtbaar te maken;
  • gezamenlijk met andere steden brieven indienen, zoals de genoemde G4-brief;
  • naast de maatschappelijke gevolgen ook de financiële kosten van onvoldoende preventie zichtbaar maken.

Hoe nu verder?

Het bezoek aan Brussel levert een aantal concrete actiepunten op:

  • ETHOS-cijfers aanleveren voor 9 december 2026. De cijfers delen met relevante Europese contacten en pleiten voor opname in de Nederlandse landenrapportage.
  • Contact leggen met het ministerie van SZW.
  • Inzetten op expliciete aandacht voor dakloosheid in het NRPP en de mogelijkheden van ESF+ en de CEB benutten.
  • De woonopgave centraal stellen, met aandacht voor sociale huisvesting, preventie, Wonen Eerst en alternatieve woonoplossingen.
  • Duidelijk maken dat meer opvang alleen onvoldoende is om dakloosheid structureel op te lossen.
  • Data vertalen naar concrete beleidsvoorstellen.
  • De omvang en gevolgen van dakloosheid onderbouwen met vergelijkbare cijfers en deze koppelen aan concrete voorstellen.
  • De Europese samenwerking versterken met andere steden en lidstaten en partijen zoals Housing Europe, de Housing First Europe Hub en FEANTSA.
  • Waar mogelijk gezamenlijk optrekken via brieven, werkbezoeken en zichtbaarheid in de media.

Van Europese kansen naar Nederlandse actie

De rode draad door de gesprekken is dat Europa meer mogelijkheden biedt om dakloosheid te bestrijden dan Nederland momenteel benut.

De uitdaging zit vooral in het vertalen van Europese aanbevelingen, data en financiering naar concrete keuzes in Nederland. Daarbij liggen de prioriteiten bij het zichtbaar maken van dakloosheid in Europese analyses, het centraal stellen van sociale huisvesting en preventie, het beter benutten van Europese middelen en het creëren van politieke aandacht om deze onderwerpen structureel op de Nederlandse agenda te krijgen.

Contact hierover?

Ineke Baas

senior beleidsadviseur

ineke.baas@valente.nl

06 20756860

Thema’s

maatschappelijke opvang, wonen

Meer informatieover Ineke Baas