Reactie Valente op onderzoek Risicotaxatie en veiligheidsbeoordeling ter voorkoming van fataal geweld
Regioplan heeft onderzoek gedaan naar risicotaxatie en veiligheidsbeoordeling ter voorkoming van fataal geweld. Het rapport Goed kijken en echt zien verscheen in december 2025. Het doel van het onderzoek was om te komen tot een advies over de verbetering van (het gebruik van) de instrumenten voor veiligheids- en risicobeoordeling bij HGKM.
Als belangrijkste uitkomsten noemt Regioplan om twee instrumenten als centraal instrument voor de veiligheidsbeoordeling en risicotaxatie te gebruiken: Het Risicotaxatie Instrument Huiselijk Geweld (RiHG) n geval van signalen/meldingen die wijzen op acute onveiligheid en de Geweld in Afhankelijkheidsrelaties Risicoscreening (RS) in de fase van vertragen en verdiepen. Beide instrumenten vereisen daarvoor doorontwikkeling en validatie. Een tweede aanbeveling is om de regierol bij Veilig Thuis te leggen, waarbij de regisseur verantwoordelijk is voor het bij elkaar brengen van informatie en het zicht krijgen en houden op veiligheid.
Valente vindt het positief dat er breed in de gehele keten medewerkers betrokken zijn bij het onderzoek naar welke instrumenten er gebruikt worden in de keten. We zijn echter teleurgesteld in de beperkte opbrengst van het onderzoek en de vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid in de aanbevelingen. We kunnen ons dan ook niet vinden in de uitkomsten.
Onze belangrijkste bezwaren zijn:
- De risicoscreening en de RIHG zijn niet ontwikkeld als risicotaxatie instrument voor fataal geweld. De risicoscreening is ontwikkeld voor de vrouwenopvang, als snelle screening om te beoordelen of deze client op dit moment in deze opvang veilig is. De risicoscreening is gericht op het slachtoffer terwijl risicotaxatie juist meer plegerkenmerken in beeld zou moeten brengen. Ditzelfde geldt voor de RIHG. Deze is ontwikkeld om te bepalen of een huisverbod passend is.
- In de tekst wordt weliswaar gesproken van ‘de instrumenten vragen doorontwikkeling en validering’, maar:
1. Als je instrument aanpast voor een ander doel, met andere afnemers, en plegerkenmerken toevoegt, dan kan je niet meer spreken van doorontwikkeling, maar ben je een nieuw instrument aan het ontwikkelen.
2. Door deze instrumenten te kiezen als de geschikte instrumenten loop je vooruit op de uitkomsten van dit doorontwikkelings- en valideringstraject: misschien komt daar immers uit dat het instrument hier nog niet voldoende valide voor is. - Het breder inzetten van een instrument dat niet voor dat doel ontwikkeld is, betekent dat je werkt met een instrument dat niet gevalideerd is voor het doel waar je het voor in gaat zetten. Ons advies is hier zeer terughoudend in te zijn. In het onderzoek is terecht genoteerd dat verschillende partijen een wetenschappelijke toetsing op de validiteit en betrouwbaarheid van een instrument als belangrijke randvoorwaarde zien. Een valide en betrouwbaar instrument is noodzakelijk om vervolgbeslissingen te onderbouwen. Instrumenten zonder empirische basis kunnen leiden tot uiteenlopende conclusies over dezelfde casus, wat de consistentie in de keten ondermijnt. In de praktijk blijkt dat niet elk instrument wetenschappelijk op validiteit en betrouwbaarheid is getoetst. Het RiHG is hier een voorbeeld van.
- Zowel de RIHG als de GIA Risicoscreening zijn primair ontwikkeld voor screening van (ex)partnergeweld. Niet alle fataal aflopende casuïstiek betreft (ex)partnergeweld. Het is belangrijk om deze groepen ook in beeld te krijgen bij risicotaxatie naar fataal geweld.
- We missen de stap: van risicotaxatie naar risicomanagement, terwijl wellicht juist risicomanagement (in de vorm van een gezamenlijk plan) gaat bijdragen aan veiligheid.
- We denken dat juist het samen beoordelen en samen een plan maken met alle professionals die betrokken zijn essentieel is om te komen tot duurzame veiligheid. Het blijkt onvoldoende of dit ook bedoeld wordt met het aanstellen van één regisseur.
- Over het ‘vinken van risicofactoren en rode vlaggen’. De risicofactoren (rode vlaggen) zeggen vooral iets in de context van het het patroon (inclusief eerdere relaties van beide partners, maar ook het verloop van de huidige relatie, motief van de pleger en jeugd. Dit kan je kan je alleen goed beoordelen als je in de keten (gezamenlijk) op meerdere momenten een gedegen analyse maakt. Gegevensdeling is hierbij essentieel!
- In het vergelijken van de verschillende instrumenten worden alle instrumenten gevinkt op de aanwezigheid van het uitvragen van rode vlaggen. Dit is echter appels met peren vergelijken, de instrumenten zijn van verschillende orde en zijn ontwikkeld met een specifiek doel op basis daarvan zijn factoren wel/niet meegenomen. Bij het beoordelen van instrumenten moet dat doel voor ogen blijven.
- We vinden het jammer dat we niet een conceptrapport hebben kunnen lezen, dan hadden we deze in onze ogen fundamentele kritiek eerder kunnen delen.
Vervolg
De door Valente ingebrachte bezwaren worden gedeeld in de keten, zo bleek op de landelijke Ketendag Jeugd, Zorg en Veiligheid (van het ministerie van Justitie en Veiligheid) op 10 februari j.l.. Daar is ook het besluit genomen om niet de aanbevelingen uit dit onderzoek verder uit te werken, maar een vervolg te geven aan de al eerder door het Ministerie van Justitie en VWS gestarte landelijke werkgroep risicotaxatie om te komen tot gedragen vervolgstappen.
