Spring naar content

Samenvatting rapportage Voortgang aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

07 oktober 2022

Het kabinet informeert de Tweede Kamer jaarlijks over de voortgang van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Op 28 september verscheen de laatste voortgangsrapportage die ingaat op de volgende ontwikkelingen:

  1. De vervlechting van het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) met het programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming;
  2. Wacht- en doorlooptijden Veilig Thuis;
  3. Monitoring en onderzoek;
  4. Moties en toezeggingen.

De rapportage of brief vind je hier, als ook de vier bijlagen bij de rapportage. Hieronder volgt een samenvatting.

1. Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling

Geweld hoort nergens thuis en programma Toekomstscenario

Het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) had een looptijd van april 2018 tot en met december 2021. Het programma is voor een aantal onderdelen met een jaar verlengd en is vanaf juni 2022 opgegaan in het nieuwe programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Over implementatie en borging van opbrengsten van dit programma is Valente in gesprek met VWS en VNG: er zijn in onze ogen teveel losse eindjes en onduidelijkheid over financiering hiervan na dit jaar.

Het Toekomstscenario programma zet in op vereenvoudiging van de huidige jeugdbeschermingsketen. Lokale teams krijgen een belangrijke constante rol in het helpen en bijstaan van het gezin zodat beter en sneller passende hulp ingezet kan worden. Ook wordt ingezet op het verbeteren van de rechtsbescherming en cliëntondersteuning, het implementeren en versterken van het systeemgericht werken (gericht op alle leden van het gezin/huishouden), het inrichten van een lerend stelsel en het beproeven van een mogelijke stelselwijziging.

Het Toekomstscenario maakt gebruik van de belangrijkste werkzame elementen uit GHNT. Eén van de werkzame elementen van het programma GHNT was het aanstellen van regionale projectleiders. Deze projectleider werken niet alleen voor gemeenten in de regio, maar heeft ook de opdracht de regionale samenwerking tussen gemeenten en andere partners te ondersteunen en te verbeteren. De projectleider vervult daarmee een onafhankelijke rol voor alle betrokken partijen. De 35 centrumgemeenten vrouwenopvang ontvangen voor de regionale projectleiders in 2022 een eenmalig bedrag van 75.000 euro, deze financiering eindigt in 2023.

Aanpak seksueel geweld en mensenhandel

Naast het programma Toekomstscenario zijn nog twee grootschalige trajecten die bijdragen aan het bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling, namelijk het nationaal actieplan Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en het te herijken programma Samen tegen mensenhandel. Het actieplan wordt dit najaar naar de Kamer gestuurd door het kabinet.

Omdat het programma Samen tegen mensenhandel aan het einde van dit jaar afloopt, wordt nu ingezet op het herijken van dit programma waarin onder andere het voorkomen en bestrijden van uitbuiting bij (kwetsbare) jongeren wordt meegenomen. Ook voor de herijking van dit programma geldt dat deze in samenwerking met het veld wordt uitgewerkt dit najaar.

2.Wacht- en doorlooptijden Veilig Thuis

Er zijn bij Veilig Thuis wachttijden en langere doorlooptijden bij zowel triage als onderzoek na een melding, al zijn er grote verschillen tussen de Veilig Thuis-organisaties. De inspectie concludeert dat het totaalbeeld zorgelijk is. Hier is niet één algemeen onderliggend knelpunt; Veilig Thuis-organisaties geven diverse redenen voor het niet halen van de wettelijke termijnen, zoals arbeidsmarktproblematiek (waaronder het aantal vacatures voor bijvoorbeeld VT-medewerkers en vertrouwensartsen), het toegenomen aantal complexe (gezins-) situaties, ziekteverzuim door bijvoorbeeld corona, en moeilijke bereikbaarheid van directbetrokkenen en ketenpartners in deze periode.

Verder komt het voor dat Veilig Thuis casussen niet kan overdragen vanwege wachtlijsten bij ketenpartners. Om de veiligheid te borgen houdt Veilig Thuis de casussen dan langer onder zich.

De constateringen van de inspecties zijn aanleiding tot gesprek tussen Veilig Thuis en gemeenten als opdrachtgevers, ook vanwege de rol van Veilig Thuis richting ketenpartners. Landelijk zal het kabinet samen met de VNG en het LNVT de vinger aan de pols houden omtrent de aanpak van wacht- en doorlooptijden. Voor verdere ontwikkelingen bij Veilig Thuis, waaronder de cijfers over adviesvragen en meldingen, zie bijlage.

3. Monitoring en onderzoek

In het afgelopen half jaar is in een aantal regio’s ondersteuning geboden hoe de beschikbare data te benutten voor beleid en uitvoering. Vanuit dit traject met de regio’s is tevens feedback gekomen hoe de impactmonitor te verbeteren en gebruikersvriendelijker te maken. Komend half jaar wordt de impactmonitor aangepast aan deze aanbevelingen. Daarnaast zijn instrumenten ontwikkeld voor gemeenten hoe gebruik gemaakt kan worden van de impactmonitor bij beleidsontwikkeling en uitvoering.

Het onderzoeksprogramma Veilig Opgroeien van ZonMw wordt in 2022 formeel afgerond en de tot nu toe gerapporteerde resultaten zijn gebundeld. Het meerjarig onderzoeksprogramma GHNT is nog in volle gang en de laatste projecten lopen door tot in 2024.

In 2020 voerde het CBS voor het eerst de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld uit in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Op eigen initiatief van het WODC is Rutgers gevraagd om deze nadere analyses wel te maken. In de bijlage tref je het onderzoek ‘Fenomenen van seksueel geweld in Nederland; secundaire analyses op data van de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Geweld 2020’ aan.

In het in 2019 opgestarte onderzoeksprogramma GHNT van ZonMw was één van de onderzoekslijnen gericht op goede aanpakken voor (vroeg)signalering. De onderzoekers rapporteerden echter tussentijds dat dit in de dataverzameling niet mogelijk is gebleken. Reden hiervoor is dat in de beschikbare data geen onderscheid bestaat tussen de verschillende vormen van kindermishandeling. Momenteel wordt verkend of en op welke wijze een onderzoek naar signalering van seksueel misbruik onderdeel kan uitmaken van het onderzoeksprogramma van het nationaal actieplan Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.

4. Moties en toezeggingen

Verwijsindex Risicojongeren

In december 2021 is de motie van de leden Westerveld (GL) en Peters (CDA) aangenomen. Hierin wordt verzocht om de VIR als wettelijke verplichting uit de Jeugdwet te schrappen en indien gemeenten of regio’s er nog wel gebruik van maken de privacy van de jeugdige bij het gebruik wettelijk te waarborgen. Op dit moment werkt de staatssecretaris van VWS aan een plan van aanpak gericht op het schrappen van de wettelijke verplichting zoals verzocht in de motie.

Hulpverlening voor LHBTI+ personen die slachtoffer worden van huiselijk geweld en seksueel geweld

Op basis van de aangenomen motie van de leden Van den Hul en Bergkamp heeft de staatssecretaris van VWS in afstemming met de minister van OCW een onderzoek uitgevoerd naar risicofactoren voor LHBTI+ personen om slachtoffer te worden van huiselijk geweld en seksueel geweld en naar de mate waarin preventie en hulpverlening gericht is op LHBTI+. Het eindrapport van dit onderzoek is een van de bijlages. Het rapport geeft aanleiding voor het kabinet om te kijken bij welke bestaande programma’s op het gebied van preventie en hulpverlening bij seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag expliciet aandacht kan worden gegeven aan LHBTI+ personen en bi+, trans- en intersekse personen in het bijzonder.

Onderzoek laagdrempelig melden

Er wordt een onderzoek uitgevoerd naar laagdrempelige hulp- en meldpunten voor slachtoffers en plegers van verschillende vormen van geweld. Dit onderzoek heeft vertraging opgelopen vanwege de moeilijke bereikbaarheid van respondenten en wordt nu eind 2022 verwacht.

Onderzoek naar de voor- en nadelen van strafbaarstelling van psychisch geweld

Op 3 juni jl. heeft de Tweede Kamer het rapport ‘Naar een aparte strafbaarstelling van psychisch geweld? Voor- en tegenargumenten’ ontvangen. Het kabinet verwacht dit najaar een beleidsreactie op dit rapport naar uw Kamer te sturen.

De rapportage of brief vind je hier, als ook de vier bijlagen bij de rapportage.

Contactpersoon voor dit onderwerp: Essa Reijmers