Spring naar content

Tarieven Jeugdwet en Wmo geïndexeerd voor 2023

02 januari 2023

Dit artikel is overgenomen van Sociaal Werk Nederland.

Vanuit de Jeugdwet en de Wmo zijn gemeenten verantwoordelijk voor het betalen van reële tarieven aan aanbieders in zorg en welzijn. De kosten hiervoor worden elk jaar geïndexeerd. Op 19 december jl. heeft de VNG haar leden op de hoogte gebracht van de verschillende regimes van indexatie in het sociaal domein. De VNG adviseert gemeenten om de OVA- en ppc-percentages toe te passen, maar zij bepalen dit uiteindelijk zelf. Belangrijk dus om hier alert op te zijn en hier, indien nodig, met goede argumenten voor te pleiten.

OVA- en ppc-percentages bijgesteld

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft het percentage voor de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) 2023 bijgesteld naar 4,74 procent en het prijsindexcijfer particuliere consumptie (ppc-index) naar 4,87 procent. Hierin is rekening gehouden met de verwachte loon- en prijsontwikkelingen voor 2023. Hoewel het aan gemeenten is of zij deze actualisatie volgen, adviseert de VNG om deze percentages te hanteren bij het afsluiten of indexeren van de contracten. Het extra accres dat is aangekondigd in de Najaarsnota van het kabinet zou hiervoor ruimte voor moeten bieden. De NZa heeft tussentijds ook de ppc-index voor 2022 verhoogd van 6,3 naar 9,25 procent. Normaal gesproken vindt er tussentijds geen actualisatie plaats, maar door de hoge inflatie en snel gestegen (energie)kosten is dat dit jaar wel gedaan. Gemeenten wordt geadviseerd om ook deze actualisatie te volgen.

Het is positief dat de VNG gemeenten oproept de OVA- en ppc-indexatie toe te passen in de verhoging van tarieven voor welzijn in 2023. Juist ook omdat nog onduidelijk is in welke mate de hogere OVA-percentages volgend jaar worden gecompenseerd in het accres van de algemene uitkering. Het accres gemeentefonds gaat voor 2023 uit van een loon- en prijsontwikkeling van 4,12 procent. Dit percentage wordt op basis van het Centraal Economisch Plan 2023 opnieuw geraamd. De gemeenten kunnen tot en met 2025 rekenen op een forse groei van het gemeentefonds omdat het accres (trap-op en trap-af systematiek) meebeweegt met de forse stijgende rijksuitgaven. Bovendien is ook de opschalingskorting afgeschaft.

Argumenten voor gemeenten om actualisatie te volgen

De VNG drukt gemeenten op het hart om bij de indexering met en toepassing van de OVA-percentages rekening te houden met de arbeidsmarktkrapte en de stijgende kosten waarmee aanbieders te maken hebben. Denk aan loonsverhogingen, de stijging van het minimumloon met tien procent en huisvestingskosten (waaronder energiekosten). Om gemeenten te overtuigen kun je de volgende argumenten inbrengen, mede gebaseerd op eerdere adviezen van de VNG zelf. We zien de volgende voordelen in een brede toepassing van de OVA op de gemeentelijke contracten voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp:

  • actualisatie van de tarieven heeft een positieve invloed op de krappe arbeidsmarkt in zorg en welzijn. Neem bijvoorbeeld deze vijf redenen om het tekort aan sociaal werkers aan te pakken. Het is belangrijk om daar het juiste gesprek over te hebben met aanbieders;
  • dit geeft meer zekerheid voor gemeenten en sociale partners over de ruimte die er beschikbaar is voor de arbeidsvoorwaardenontwikkeling;
  • door afspraken met sociale partners ontstaat meer rust;
  • er ontstaat meer helderheid en eenduidigheid voor gemeenten bij contractering.

Lees ook dit artikel op de VNG-website over de indexering van kosten voor Jeugdwet en Wmo en de verschillende regimes van indexatie in het sociaal domein.

Contact hierover?