Wetsvoorstel woonplaatsbeginsel beschermd wonen nog steeds niet van tafel
Op 11 juni zond Valente – samen met de Nederlandse ggz en Mind – een brief aan de minister van Langdurige zorg, Jeugd en Sport over het Wetsvoorstel woonplaatsbeginsel beschermd wonen. Wij riepen opnieuw op om het wetsvoorstel in te trekken, en om samen met de minister, de veldpartijen en gemeenten te werken aan een fundamenteel ander alternatief.
Reactie van de minister
Op 21 september reageerde de minister per brief op onze oproep. Ze geeft daarin aan het wetsvoorstel niet in te trekken. Wel staat zij open voor verbetervoorstellen die ‘de werkbaarheid van het voorstel vergroten’. Ook verwijst zij naar het houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015, waarin onder andere wordt onderzocht of voor bepaalde Wmo-taken, zoals beschermd wonen, meer regionale samenwerking wenselijk is. Nieuwe inzichten uit dat traject kunnen volgens de minister aanleiding zijn om het wetsvoorstel aan te passen.
Ruimte voor ‘verbetervoorstellen’
Hoewel onze belangrijkste oproep (intrekken van het wetsvoorstel) voorlopig niet wordt overgenomen, ziet de minister wel ruimte voor ‘verbetervoorstellen’ en aanpassingen. We blijven ons uitspreken over de risico’s van het Wetsvoorstel woonplaatsbeginsel beschermd wonen en ons inzetten voor een fundamenteel ander alternatief. Een alternatief dat een objectieve verdeling van middelen onder gemeenten mogelijk maakt en wél de beweging naar beschermd thuis ondersteunt, wél de toegankelijkheid van passende ondersteuning waarborgt, en tegelijkertijd minder bureaucratische belemmeringen en administratieve lasten voor cliënten, aanbieders en gemeenten opwerpt.
Lees onze brief en de reactie van de minister.
