Kai was als jongere dakloos: ‘In de daklozenopvang bloeide mijn leven op’
Terwijl vrienden studeerden, hun eerste baan vonden of plannen maakten voor een wereldreis, was Kai vooral bezig met de vraag waar hij die nacht zou slapen. Vanaf zijn vroege twintiger jaren leefde hij zonder vaste woonplek, soms op straat. ‘Iedereen om me heen was bezig met de toekomst. Ik leefde van dag tot dag.’
Kai (37) werd geboren in Nijmegen. In zijn vroege jeugd verhuisde het gezin naar de Antillen, vanwege zijn vaders werk. Rond z’n zevende keerden ze terug naar Nederland, een grote omschakeling: andere omgeving, andere structuur, andere dynamiek thuis. ‘Mijn moeder werkte daar niet, hier moest ze weer aan het werk.’
Toen hij acht was, begon een zware periode. Zijn moeder begon hem mee te nemen naar instellingen, artsen en psychiaters om hem te onderzoeken. Er werden veel testen gedaan en verschillende diagnoses overwogen, zonder duidelijk conclusie. Soms werd het gesprek over hem alleen met haar gevoerd, en hij kreeg medicatie met allerlei bijwerkingen. ‘Ik groeide op met het idee dat er iets mis met me was en heb veel meegemaakt qua behandelingen. Daar heb ik een heel laag zelfbeeld van gekregen.’
Nu weet hij dat zijn moeder leed aan Münchhausen by Proxy (falsificatie), en dat ze zelf ook opgroeide met een moeder met psychische problemen.

School en adolescentie
Kai zat op het tweetalig vwo, maar viel rond zijn vijftiende of zestiende uit. Hij isoleerde zichzelf jarenlang en als achttienjarige begon hij te werken in de horeca. ‘Daar begon ik met drinken, blowen, noem maar op.’ Via het vavo haalde hij wel certificaten maar verder kwam het niet. ‘Ik ben eigenlijk blijven hangen in de horeca en gaan wegvluchten in drank en drugs.’
Hij woonde een jaartje met vrienden, maar die woning werd gesloopt. Thuis met zijn moeder was geen optie – en net 22 jaar oud was Kai de volgende vier jaar lang ‘heel erg thuisloos’.
Tussen 2010 en 2014 sliep hij op banken, bij verschillende vrienden, en incidenteel buiten. ‘De ene nacht hier, de andere nacht daar.’ Hij voelde zich vaak afhankelijk van anderen, en hielp vaak mee in huis om iets terug te doen. ‘Het was ook heel uitzichtloos. Ik was best suïcidaal. Voor mij was het altijd: morgen is morgen, en als ik dan nog leef zie ik het wel.’
Als jonge thuisloze voelde hij zich bovendien steeds verder verwijderd van leeftijdsgenoten. Terwijl vrienden studeerden, hun eerste baan kregen of plannen maakten voor de toekomst, was hij vooral bezig met overleven. ‘Iedereen om me heen was bezig met de toekomst. Studeren, een auto kopen, een wereldreis. Voor mij bestond dat niet. Ik leefde van dag tot dag.’
Crisisopname en kantelpunt
In 2014 werd Kai opgenomen vanwege ernstige psychische klachten, waaronder depressieve gedachten en suïcidaliteit. Mede door intensief middelengebruik was hij mentaal uitgeput. Tijdens deze opname ontmoette hij een vrouw die eveneens opgenomen was. De relatie die daaruit ontstond groeide snel en hij trok bij haar in op een camping in een chalet. ‘We waren allebei heel eenzaam. Ik wilde heel graag een gezinnetje, omdat ik dat zelf gemist heb.’
Ze kregen een zoon maar de relatie was instabiel. ‘We hebben tien jaar lang tegen elkaar aangeleund als domino’s; als de een ging leunen, kon de ander het niet aan.’ Ze sloeg hem, zegt Kai, en uiteindelijk sloeg hij één keer terug tijdens een conflict. Hij vertelt dat hij op dat moment zag hoe hun zoon de spanningen begon over te nemen. De gebeurtenis leidde tot aangifte en een veroordeling voor huiselijk geweld. Hij kwam in de forensische zorg en volgde ongeveer drie jaar behandeling met groepstherapie en EMDR.
De verplichte therapie bij Kairos en het contact met de reclassering werd uiteindelijk een van de belangrijkste keerpunten in zijn leven. ‘Ik heb die met beide handen aangepakt, ik voelde dat ik het nodig had.’ Terwijl hij langzaam stabieler werd, bleef de relatie problematisch. Uiteindelijk besloot hij te vertrekken. Op 9 oktober 2024 kwam hij terecht bij de Nachtopvang uit noodzaak Nijmegen (NunN). Hij weet de datum nog precies. ‘Vanaf het moment dat ik bij de NunN kwam, is mijn leven opgebloeid.’
Tekst loopt verder onder de foto

Nachtopvang in zelfbeheer
De NunN is opvang in zelfbeheer, wat inhoudt dat de nachtopvang wordt gerund door de dak- en thuislozen zelf. ‘En dan ook écht; geen camera’s en managers.’ Je komt binnen als gast, daarna kun je vrijwilliger worden en later beheerder. Als gast ga je van 10-17:00 uur naar buiten. Je hebt dan geen verantwoordelijkheden, om half zes staat er een maaltijd voor je klaar en je hebt een vaste slaapplek in een van de tien kamers. Vrijwilligers draaien diensten met o.a. intakegesprekken, schoonmaken, telefoon, koken en de sfeer bewaken. Als tegenprestatie voor je diensten hoef je overdag niet naar buiten maar mag je binnen blijven.

Wat die sfeer betreft, het heeft veel weg van een oud studentenhuis – maar dan een stukje netter. Er staan een pooltafel en hangt een boksbal. Aan de muren prijkt een NEC-vlag, een bord met ‘man cave’ erop en op het prikbord een goed bijgehouden schoonmaakrooster. In de zithoek met tv en kerstboom kijkt iemand vrolijk op van zijn telefoon wanneer we binnenkomen, vanuit de hal roept iemand die bezig is met schoonmaken iets onverstaanbaars wat met gelach wordt ontvangen. ‘Er wordt hier ook niet gestolen, want het is van elkaar. Dat is de kracht van de groep’, zegt Kai met trots in zijn stem.
Kai was anderhalf à twee jaar bij de NunN en groeide in die tijd al snel door naar beheerder. Daarbij hoorde een beheerderswoning als tussenstap naar zelfstandig wonen. ‘We kiezen als groep wie de plek krijgt. Als je goed bent als vrijwilliger, gunnen mensen het je.’
Woning en huidige situatie

Hij stopte met drugs en bracht zijn alcoholgebruik sterk terug. Hij ging sporten, traint voor de Vierdaagse en maakt weer gebruik van zorg. ‘Door mijn jeugd was ik echt een zorgmijder geworden. Pas toen ik hier kwam, ontdekte ik dat ik een bril nodig had. En ik ben voor het eerst in jaren naar de tandarts geweest.’ Toch kijkt hij niet zonder zorgen naar zijn gezondheid. ‘Ik denk niet dat ik ouder word dan zestig. Ik heb mezelf jarenlang geprobeerd dood te drinken. Niet eten, niet slapen. Ik was altijd op zoek naar een hartaanval, een einde.’
Kai volgt nu een oriëntatiecursus ervaringsdeskundigheid. Hij spreekt met gemeenten en beleidsmakers over dakloosheid en denkt na over een vervolgopleiding. ‘Ik heb heel veel plannen en dromen, maar ik heb niet iets vaststaan.’ Wel spreekt hij de wens uit om iets te doen met jongeren en hulpverlening, vooral gericht op vroeg ingrijpen (‘veel eerder, rond groep 8 en klas 1’) en vertrouwen geven (‘we luisteren te weinig en straffen te veel’).
Vier weken geleden kreeg Kai via Housing First een eigen woning in Nijmegen-Zuid. ‘Ik ben heel dankbaar. Nu ik weer een eigen huisje heb, is de bedoeling dat mijn zoontje in de weekenden bij mij komt. Zodra ik de kinderkamer op orde heb.’
Hulp en spullen – van de één een lamp, van de ander een kleedje of kastje – kreeg hij via mensen uit zijn netwerk en de opvang. ‘Daarmee heb ik geluk gehad, maar de stappen die ik heb gezet, heb ik wel zélf gezet. Dat moet ik nog een beetje leren zien.’
Kai schreef zijn ervaringen van zich af in een rapnummer dat erin hakt. Het is te luisteren op Spotify:
