Spring naar content

Layla was dakloos met kinderen: ‘Mama, wij kunnen toch óók in de auto slapen?’

15 juni 2026

Slaap je met je kinderen in de auto, of laat je ze achter zodat zíj in elk geval niet dakloos zijn? Layla koos dat laatste. Terwijl zij zelf geen vaste slaapplek had, zorgde ze ervoor dat haar kinderen een bed hielden. Het was een van de moeilijkste keuzes in een periode van huiselijk geweld, uithuisplaatsing en dakloosheid. ‘Ik ben zo blij dat ik heb doorgezet.’

Layla (30) groeit op in Utrecht, een eigengereid meisje in een Marokkaans gezin. Haar vader overlijdt wanneer ze zestien jaar oud is. Daarna was er sprake van huiselijk geweld. Achteraf ziet ze verband tussen die jeugd en de relaties die ze later aangaat. ‘Ik heb heel slechte partnerkeuzes gemaakt. Vanuit trauma.’

Layla op een bankje in Utrecht

Als ze achttien is, heeft ze genoeg van de situatie thuis en vertrekt. Ze krijgt een relatie met een man die crimineel is en onveilig gedrag vertoont. Uiteindelijk belandt ze daar zelf in detentie – zwanger. Haar eerste zoontje wordt geboren in de anderhalf jaar dat ze vastzit. Ze volgt therapie, mede om eerder vrij te kunnen komen en weer bij haar zoontje te kunnen zijn dat inmiddels bij haar moeder is.

Na haar vrijlating in 2019 keert ze terug naar Nederland. Begeleiding voor de jonge moeder die uit detentie in Duitsland terugkeert, was er nauwelijks: ‘Ik kwam vrij, met een kind van negen maanden opeens. Zoek het maar uit.’ Omdat haar laatste officiële woonplaats Gouda is, komt ze daar in de vrouwenopvang terecht. In Gouda krijgt ze een nieuwe partner, met wie ze een tweede kind krijgt. Maar ook in deze relatie krijgt Layla te maken met fysieke mishandeling, psychische mishandeling en agressie. Uiteindelijk besluit ze met haar kinderen weg te gaan.

‘Ik kreeg te horen dat mijn kinderen weg zijn’

Eerst komt ze in een crisisopvang in Rotterdam, daarna een andere opvanglocatie in Rotterdam. Omdat ze oorspronkelijk uit Utrecht komt en daar familie heeft wonen, vindt de hulpverlening het belangrijk dat ze uiteindelijk terugkeert naar haar netwerk. Ze verhuist naar Utrecht, en woont ongeveer zeven maanden met haar kinderen in de vrouwenopvang. Tijdens haar verblijf ontstaat er ruzie met een andere bewoonster. Volgens Layla loopt dat niet fysiek uit de hand, maar ontstaat er wel onrust. Ze vertelt dat ze vervolgens te horen krijgt dat ze dezelfde dag nog moet vertrekken: ‘Je hebt tot vier uur de tijd om je spullen te pakken, zeiden ze. Met je kinderen de deur uit. Ik heb het hier veel later nog met hen over gehad, en toen zeiden ze dat dit echt abnormaal was.’

Omdat ze nergens terecht kan, gaat ze tijdelijk met haar kinderen naar de ouders van haar ex-partner. Dat is geen veilige oplossing, omdat haar ex weet waar zijn ouders wonen. Uiteindelijk verschijnt hij daar ook. ‘Ik weet niet meer goed wat er gebeurd is, het was zo’n waas. Hij raakte me weer aan en de politie werd erbij gehaald.’ Haar kinderen worden met spoed uit huis geplaatst. ‘Ik zat bij de politie aangifte te doen en ik kreeg te horen dat mijn kinderen weg zijn. Ik werd helemaal gek.’

Wie wil Layla hebben?

Tekening die Layla’s oudste zoontje maakte van het gezin en een droomhuis

De kinderen worden ondergebracht bij een crisispleeggezin. De jongste is op dat moment twee jaar oud. De oudste is vier. Layla zelf heeft geen woning meer en raakt dakloos. Tegelijkertijd probeert ze haar kinderen terug te krijgen en een stabiele woonplek te vinden. Ze komt terecht in een situatie waarin verschillende instanties naar elkaar verwijzen. Utrecht stelt volgens haar dat ze onvoldoende binding heeft met de stad. Gouda vindt juist dat Utrecht verantwoordelijk is. ‘Het leek alsof geen enkele stad mij wilde helpen.’

Tijdens die periode meldt ze zich bij verschillende organisaties. Meerdere keren krijgt ze te horen dat ze niet in de doelgroep past. ‘En ze vonden me lastig omdat ik er soms hard tegenin ging of emotioneel werd. Maar ja, dat kwam door alles wat er gebeurd was en boven kwam…’

Omdat de kinderen niet terug kunnen zolang zij geen veilige woonplek heeft, probeert ze ondertussen aan alle voorwaarden van hulpverleners te voldoen. Ze zorgt dat ze bereikbaar is, op afspraken verschijnt en actief meewerkt. Vanuit het crisispleeggezin gaan haar kinderen over naar haar moeder. Layla mag daar zelf niet wonen. Soms mag ze er twee nachten per week slapen, zodat ze haar kinderen kan zien. De rest van de tijd is ze dakloos.

‘Wij kunnen toch ook in de auto slapen?’

Die periode duurt ongeveer een jaar. Ze slaapt bijvoorbeeld in treinen. ‘Als ik een conducteur zag komen, ging ik onderlangs over de vloer de coupé uit. Daar wordt je vies van… Ik voelde me echt een zwerver. Maar op een gegeven moment ben je het zat om steeds bij mensen aan te kloppen. Mensen hebben hun eigen leven, je bent niet echt welkom. Ik kan niet goed omgaan met het gevoel dat ik tot last ben dus als ik ergens kon slapen, ging ik boodschappen doen, schoonmaken, koken. Ik probeerde alles terug te doen maar dan alsnog krijg je die neus omhoog. Toen dacht ik: laat maar.’

Layla en haar zoontjes

Een tijdje slaapt ze in de auto, de kinderen nog steeds bij hun oma. ‘Ze zeiden: mama, we kunnen toch óók in de auto, wij willen met jou mee! En ik zei: dat wil ik ook, maar ik heb geen huis. Ik wil dat jullie in een huis wonen, met een bed, met rust. Niet in de stress waarin ik zat.’

Soms is ze ’s nachts op straat, maar daar durfde ze niet te slapen dus liep ze de hele nacht door, kilometers ver, en of soms twee nachten achtereen.

Een ‘voor-altijd-huis’

Ze wordt alsnog toegelaten bij de Tussenvoorziening en krijgt een plek in de BOKA in IJsselstein, een tijdelijke woonplek voor gezinnen. Daar krijgt ze een eigen appartement en kunnen haar kinderen bij haar wonen. ‘We waren zo blij. Eindelijk een plek.’ Volgens Layla begint daar voor het eerst een periode van herstel. Ze zegt dat ze tijdens de dakloosheid nog maar 48 kilo woog. Ze gaat beter eten, slapen en voor zichzelf zorgen. ‘Toen begon ik eindelijk weer te leven.’

Layla thuis

Na zeven maanden bij de BOKA krijgt ze een omklapwoning in de Utrechtse wijk Ondiep. Layla woont er inmiddels ongeveer twee jaar met haar twee zoons, nu 6 en 8. ‘Ze zijn in hun jonge leventje al zeven keer verhuisd.’ Maar nu niet meer. Daarom noemen ze de woning hun ‘voor-altijd-huis’.

Alle begeleiding een maatregelen zijn afgerond, het huurcontract staat op haar eigen naam. Layla volgt een opleiding tot Begeleider Maatschappelijke Zorg. Daarnaast loopt ze stage bij de Tussenvoorziening. De jongens gaan naar school in de buurt, hebben vriendjes en zitten op voetbal. De jongste lijkt weinig herinneringen te hebben aan de periode van opvang en dakloosheid. Bij de oudste ziet ze meer gevolgen. Hij is volgens haar erg alert en bang om haar kwijt te raken. ‘De Marokkaanse cultuur is een schaamtecultuur, maar ik moedig ze aan om met me te praten en ben zelf ook heel open. Als ze ergens mee zitten, dan weet ik het.’

Zelf verwerkt ze door te reflecteren, aan het eind van de dag schrijft ze haar gedachten op. Haar verhaal vertellen helpt ook. Over een nieuwe relatie denkt ze voorlopig niet na. ‘Ik moet echt op een betere plek zitten om weer een man toe te kunnen laten. De focus ligt op mijn kinderen.’ Ook heeft Layla nog gesprekken met een praktijkondersteuner van de huisarts. Niet omdat ze in het dagelijks leven grote problemen ervaart, maar omdat ze alert wil blijven op mogelijke gevolgen van haar verleden. ‘Ik was bang dat alles op me af zou komen, net als in Gouda. Maar dat was niet zo, ik was gewoon zo blij dat ik heb doorgezet. Dat rennen en vechten is niet voor niks geweest.’

Layla en haar twee kinderen op de bank in hun ‘voor-altijd-huis’

Contact hierover?

Kim van de Wetering

communicatieadviseur

kim.vandewetering@valente.nl

06 46130039

Meer informatieover Kim van de Wetering

Essa Reijmers

senior beleidsadviseur

essa.reijmers@valente.nl

06 15679666

Thema’s

vrouwenopvang, huiselijk geweld, femicide, mensenhandel

Meer informatieover Essa Reijmers

Ineke Baas

senior beleidsadviseur

ineke.baas@valente.nl

06 20756860

Thema’s

maatschappelijke opvang, wonen

Meer informatieover Ineke Baas