Hans woont in een skaeve huse: ‘Kom gewoon kennis maken, vragen staat vrij’
Het huisje van Hans en zijn buren Jeffrey en Bart staan op een mooi stukje groen bij een bedrijventerrein in Alphen aan den Rijn. Afgezonderd van de woonwijk maar in de bewoonde wereld; het is tien minuten fietsen naar het centrum. Een ideale plek voor skaeve huse, een woonvorm waar vaak veel weerstand tegen is. ‘Mensen weten niet wat het is en dan zijn ze bang. Juist als je elkaar ontmoet, dan zie je het. Ik ben gewoon Hans.’
Hij hoeft niet veel meer van het leven. Hans (69) heeft een dak boven zijn hoofd, een televisie voor de wielrenwedstrijden, en een fiets om boodschappen te doen, en rust. ‘Ik maak me eigenlijk nergens druk om,’ zegt hij. ‘Ik heb alles wat ik wil.’

Van hot naar her
Hans groeide op in Koudekerk aan den Rijn, een dorp waar iedereen elkaar kende. Hij werkte jarenlang in de horeca en stond veel achter de bar. ‘Dat was eigenlijk vanaf dat ik twaalf was mijn leven,’ vertelt hij. ‘De bar, de mensen, de praatjes.’

Maar stabiel was het niet altijd. ‘Ik was een nomade. Dan hier een paar dagen, dan weer daar. Soms bij familie. Een beetje een zwervend bestaan.’ Dakloos – op straat – was hij nooit, benadrukt hij. Een belangrijke periode bracht hij door in Hotel Groenendijk, een goedkoop hotel waar veel mensen langere tijd verbleven. Toen het hotel eerder dit jaar sloot, valt op een Alphense nieuwssite te lezen, kwamen liefst zestig mensen op straat te staan.
Ook Hans moest opnieuw op zoek naar een plek. Via De Binnenvest kwam hij uiteindelijk terecht in zijn huidige woning, voor het eerst een eigen plekje. Wennen hoefde hij niettemin nauwelijks. ‘Aanpassen kan ik goed,’ zegt hij schouderophalend. ‘Dat schud ik zo uit mijn mouw.’
Rust zonder eenzaamheid
Hans komt over als een ontzettend kalme man die graag alleen is. ‘Laat mij maar lekker mijn eigen gang gaan.’ Hij zoekt de drukte niet op, maar duikt er ook niet voor weg, zegt hij. ‘Ik lees de kranten en zo, ik houd het wel in de gaten, maar ik leef mijn eigen leventje. Ik maak me niet druk om dingen, daar ben ik te oud voor.’ Als hij boodschappen gaat doen of door het dorp fietst, maakt hij gemakkelijk contact. ‘Ik praat met iedereen,’ zegt hij. ‘Dat zit er nog van vroeger in.’

Hij leeft niet afgesloten van de wereld, maar kan zelf bepalen hoe dichtbij die wereld komt. In zijn kleine skaeve huse buiten de woonwijk, in het groen, heeft hij rust. Hij hoeft niemand tot last te zijn en niemand zit hem in de weg. Geen burenruzies, geen sociale verplichtingen, geen drukte in een straat waar iedereen zich met elkaar bemoeit. ‘In een gewone wijk zou ik me opgesloten voelen, en het zou me te druk worden,’ legt hij uit. ‘Dan hoor je weer dat er ergens ruzie is of dat iedereen buiten staat te kijken als er iets gebeurt. Dat hoeft voor mij niet.’
Een andere tijd
In zijn bijna zeventig jaar is de wereld erg veranderd, vindt hij. Vooral de digitalisering is hij lastig, en het sociale. Vroeger hielpen mensen elkaar gewoon, zegt hij. Nu moet alles met pasjes, apparaten en schermen. ‘Wij liepen vroeger gewoon naar elkaar toe,’ zegt hij. ‘Nu gaat alles zo snel. Er komt bijna geen mens meer aan te pas.’
Bij praktische zaken, zoals dingen die online moeten gebeuren, krijgt hij in zijn skaeve huse ondersteuning van begeleiders die een twee keer per week langskomen. Dat contact ervaart hij als prettig en vanzelfsprekend. Vaak is een paar minuten al genoeg. ‘Ze zien gewoon dat alles goed gaat,’ zegt hij. ‘Dat ik alles heb wat ik nodig heb.’
Vooroordelen

In veel gemeenten leiden dit soort woonplekken nog tot discussie. Omwonenden zijn soms bang voor overlast of onveiligheid. Hans begrijpt die angst ergens wel – vroeger had hij zelf ook sneller een oordeel over mensen die anders leefden dan hij, zegt hij eerlijk. ‘Je moet het zelf meemaken,’ zegt hij. ‘Mensen zijn bang voor wat ze niet kennen.’
Van de weerstand in Kaag en Braassem waar bijvoorbeeld het regiokatern van AD vorige maand nog over berichtte, hoort hij hier niet veel, maar er zijn soms wel pottenkijkers bij de bosjes. ‘Dan staan ze te kijken en als ik de deur open doe, dan zie je ze hard weglopen. Misschien zijn ze bang? Dat betekent dat ze niet weten wat het is.’ Volgens hem verdwijnen veel vooroordelen zodra mensen elkaar echt ontmoeten. Hij wil best uitleggen hoe hij leeft en waarom deze plek voor hem werkt. ‘Kom gewoon kennis maken. Juist als je elkaar ontmoet, dan zie je het. Ik ben gewoon Hans’, zegt hij. ‘Vragen staat vrij.’
Tevreden
Zijn huisje is zo’n 30m2 en sober ingericht – in de woonkamer met keukenblok staan alleen een tafel met tv en een paar stoelen. ‘Ik heb een bed, ik kan eten maken, ik heb mijn televisie. Meer hoef ik eigenlijk niet.’ Zijn skaeve huse geeft hem rust en vrijheid. Vrijheid om de deur achter zich dicht te trekken en op de fiets te stappen. Vrijheid om mensen op te zoeken – of juist niet. ‘Ik heb gedaan wat ik wilde,’ zegt hij. ‘En nu wil ik gewoon van mijn oude dag genieten,’ zegt hij. ‘Ik ben zeer tevreden.’

