‘Je wordt onzichtbaar’: Steven was ongedocumenteerd en dakloos in Nederland
Afgelopen weken werd in Nederland opnieuw gedebatteerd over de aanscherping van asiel- en migratiewetten, en de vraag hoe om te gaan met mensen zonder verblijfsrecht. Zonder woning, zonder rechten en vaak ook zonder toegang tot zorg verdwijnen mensen langzaam uit beeld. Steven kwam als tiener naar Nederland en leefde uiteindelijk jarenlang ongedocumenteerd op straat.
Steven (nu 38) komt in 2002 als tiener naar Nederland, gevlucht voor burgeroorlog in Sierra Leone. Hij komt terecht in opvang voor minderjarige vluchtelingen in Maastricht. Daar leert hij Nederlands, gaat naar school en probeert een leven op te bouwen. ‘Op school leerde ik snel de taal’, vertelt hij.
Maar zodra hij achttien wordt, moet Steven de opvang verlaten en zelfstandig woonruimte zoeken. Zonder netwerk, kennis van het systeem of begeleiding blijkt dat vrijwel onmogelijk. Na enkele weken wordt er alsnog een kamer geregeld, maar de rust blijkt tijdelijk wanneer hij een brief ontvangt van de IND: hij moet Nederland verlaten binnen 24 uur. Hij is jong, kent nauwelijks mensen en weet niet wat hij moet doen. ‘Ik bleef gewoon in die kamer,’ zegt hij; ‘ik had nergens om naartoe te gaan.’
Een paar dagen later, vroeg in de ochtend, staat de politie voor de deur. Steven wordt meegenomen naar vreemdelingenbewaring in Tilburg, waar hij maanden vastzit in afwachting van zijn procedure.

‘Zoek het maar uit’
Na een rechterlijke uitspraak komt er een einde aan zijn wachten, met een bericht. ‘Ik kon goed Nederlands lezen, maar artikel dit en artikel dat, dat begreep ik niet,’ zegt hij. Hij krijgt het uitgelegd: ‘Het betekende dat ik werd vrijgelaten en zoek het maar uit. Toen stond ik op straat. Ik was alles kwijt.’ Na zijn vrijlating uit vreemdelingendetentie krijgt Steven een dagkaartje voor de trein. Hij reist ermee naar Maastricht.
Hij leeft vervolgens langdurig zonder vaste verblijfplaats. ‘Als het mooi weer is blijf je buiten. Als het slecht is, moet je iets anders zoeken.’ Hij slaapt veel buiten, soms bij bekenden, soms in onafgebouwde gebouwen. Na twee jaar is hij flink ziek. Zijn dagelijks leven wordt overleven, waarin geld en onderdak vaak via informele en onveilige wegen geregeld moeten worden.
Hij gaat blowen en ontmoet andere gebruikers, bij wie hij in huis mag slapen als hij wiet regelt. Wanneer er elders in huis heftige ruzie gemaakt wordt, komt de politie langs. Ze willen van iedereen papieren zien, en omdat Steven die niet heeft moet hij weer mee. Na opnieuw vier maanden in vreemdelingenbewaring komt hij weer op straat.
Leven in overlevingsstand
Het is een bekend patroon onder mensen zonder verblijfsstatus: straatleven, detentie, tijdelijke opvang en opnieuw dakloosheid wisselen elkaar af, zonder structurele oplossing. Wie ongedocumenteerd én dakloos is, leeft eigenlijk buiten alle officiële systemen. Geen adres betekent vaak geen toegang tot regelingen, zorg of inkomen. Het ontbreken van papieren maakt iemand kwetsbaar voor criminaliteit – als pleger om te overleven, of als slachtoffer. Hulporganisaties vrezen dat dat nog erger wordt als illegaliteit en hulp aan ongedocumenteerden strafbaar zou zijn.

‘Op een bepaald moment was ik niet meer bang voor de politie, zegt Steven. ‘Soms dacht ik: beter aangehouden worden dan weer buiten slapen.’ Hij is inmiddels zo ziek dat hij nauwelijks nog kan lopen, maar zoekt lange tijd geen hulp. ‘Ik probeerde sterk te blijven,’ zegt hij. ‘Ik liet mensen niet weten dat ik me niet goed voelde.’ Pas wanneer een hulpverlener in Maastricht, Corrie, ziet hoe slecht het met hem gaat, komt hij in het ziekenhuis. Daar blijkt dat hij tuberculose heeft.
Vanaf dat moment verandert zijn situatie langzaam. Voor het eerst in lange tijd krijgt hij rust, medische behandeling en een vaste plek om te herstellen. En iemand die zich over hem ontfermt. Corrie begeleidt hem tijdens zijn ziekte, ziekenhuisopnames en juridische procedures. ‘Als ik haar zag,’ zegt hij met tranen in zijn ogen, ‘voelde ik dat ik niet alleen was. Ze was mijn muur. Iemand waar je tegenaan kunt leunen.’
Met haar hulp krijgt hij uiteindelijk een verblijfsvergunning op medische gronden. Hij kan een kamer huren en begint voorzichtig opnieuw aan zijn leven: ‘Het voelde als frisse lucht.’
Kwetsbaar
In veel verhalen over dakloosheid en ongedocumenteerdheid spelen individuele hulp- en zorgverleners een cruciale rol. Niet alleen omdat zij praktische zaken regelen, maar omdat zij continuïteit bieden in levens die verder vooral uit onzekerheid bestaan. Toch blijft zijn situatie juist daardoor kwetsbaar. Wanneer Corrie in 2010 onverwacht overlijdt, is hij ‘kapot’. Hij eet niet meer en ziet het niet meer zitten. ‘Ik was vijftig procent van mezelf kwijt,’ zegt hij. ‘Ze was de enige die ik had en die ik vertrouwde.’
Precies in die tijd krijgt hij een brief van de IND om zijn verblijfsvergunning te verlengen. Het lukt hem in zijn eentje niet om z’n weg te vinden in alle procedures. Hij verstuurt wel het vereiste formulier maar blijkbaar niet goed, termijnen verlopen en opnieuw verliest hij zijn woonplek. ‘Weer illegaal’, zegt hij. ‘Weer op straat.’
Tussen opvang en onzekerheid

Na weer anderhalf jaar dakloosheid zonder papieren krijgt Steven via hulporganisatie Stil in Utrecht ondersteuning en uiteindelijk een kamer in een gedeelde woonvoorziening. Daar woont hij nu een paar jaar. Zijn leven bestaat nu uit vrijwilligerswerk (schoonmaak en onderhoud), medische afspraken, sport en vaste routines. Structuur helpt hem overeind te blijven. Hij laat zijn administratie zien, van officiële papieren en medische documenten tot zijn zwemdiploma; alles keurig in mapjes zoals hij in de allereerste opvanglocatie heeft geleerd.
Maar volledige rust is er nog altijd niet; zijn verblijfsstatus is nog altijd tijdelijk en daarmee ook zijn toekomst. ‘Dat is mijn leven nu,’ zegt hij. ‘Ik voel me soms verdrietig. Ik mis Corrie, en als ze er nog was, zou mijn leven beter zijn geweest. Maar soms ben ik blij dat ik nog leef, want het kan ook erger dan dit.’
Maar het kan ook beter, voor hem en anderen, zegt Steven. ‘Als iemand wil meedoen in de samenleving, help die persoon dan. Maak dat mogelijk. Als ze slechte dingen doen, stuur ze weg, maar maak iemand geen crimineel als hij dat niet is.’
